Psygmorgis pumilo: een lang verhaal over een klein plantje

De vorige kringmiddag was er voor alle aanwezigen een verrassing: een orchideetje in een flesje. Er zat geen bijsluiter bij, maar de verzorging is heel eenvoudig: houd de fles gesloten. Zet hem op een lichte standplaats, maar niet direct in de zon. Houd de temperatuur zo gelijkmatig mogelijk: voorkom een groot verschil in dag- en nachttemperatuur. Uitgebloeide bloemetjes vallen af en worden vanzelf gerecycled. Op die manier zou je er een paar jaar plezier aan kunnen beleven. In de natuur leeft dit plantje ook niet veel langer. Het is zo'n 'twijgorchideetje' dat op dunne takjes groeit. Van Annelize Crince-LeRoy kreeg ik enkele dagen later een paar kopietjes toegestuurd uit de kringbladen van 1993 (nr. 6 en 7) over Psychmorgis pumilo. Wat een geheugen hebben sommige mensen! Annelize tekent daarbij aan: spreek uit als 'sig-MOR-kis'. Hieronder volgen een paar citaten.

"Van de heer Didden uit Nieuwegein ontvingen wij een vraag of iemand hem kan helpen aan de Psychmorgis pumilo. Hij vermeldt daarbij dat deze plant vroeger ook wel bekend was onder de naam Oncidium pumilo en O. pusillum. Aan deze plant kunnen wij hem niet helpen, maar de heer Berg was benieuwd om welke plant het ging en raadpleegde de computerindex van zijn bescheiden OrchideeŽnliteratuur en wat hij daar vond...?

Onder pumilo was niets te vinden. Bij pusillum meer succes. Beschreven in orchitheekblad van september 1975. Ik citeer: " Oncidium pusillum (L) Rchb.f. Dit miniatuurplantje werd reeds in 1763 door Linnaeus benoemd, maar heette toen Epidendrum pusillum. In 1815 gaf Humboldt de naam Oncidium iridifolium totdat Reichenbach in 1863 de naam herstelde in Oncidium pusillum."

Ook in het N.O.V.-blad " OrchideeŽn" (1978 (1) blz. 2) vinden we, van de hand van Ton Klaassen, een artikel over dit plantje. Hij vermeldt hier dat pusillus nietig, zeer klein betekent. De geschiedenis van de naamgeving komt overeen met die uit het Orchiteekblad dat, naar ik vermoed, ook door Ton is geschreven.

In het handige zakboekje over OrchideeŽn uit de Delphin-Bucherei, dat in allerlei talen bij onze leden in bezit is, staat Oncidium pusillum ook afgebeeld. En ook hier wordt het synoniem O. iridifolium genoemd. Er wordt hier gesteld en nog eens duidelijk getekend, dat de lip een opvallend aanhangsel heeft, maar deze verschilt totaal van de foto bij het artikel in OrchideeŽn van 1978. Deze laatste lijkt veel meer op de afbeelding van Oncidium glossomystax die ook in het zakboekje staat. (In het bekende boekje van Michel A. Paul lees ik dat Oncidium afgeleid is van het Griekse onkidion, dat zwelling, knobbel betekent en betrekking heeft op de op de lip van Oncidiums voorkomende knobbeltjes en wratjes).

Om de verwarring nog iets groter te maken vind ik in het N.O.V.-blad "OrchideeŽn" 1993 (1) blz. 13 nog een opmerking over de groeiplaats van Psychmorgis pusilla. Resumerend kom ik dan op[ 6 mogelijke namen, n.l.:

  • ∑ Psychmorchis pumilo
  • ∑ Psychmorchis pusilla
  • ∑ Oncidium pumilo
  • ∑ Oncidium pusillum en, maar dit zijn echt achterhaalde,
  • ∑ Oncidium iridifolium en
  • ∑ Epidendrum pusillum

Van de 3 afbeeldingen is die van de Orchitheek een fotokopie en daardoor onduidelijk, maar de andere twee komen niet met elkaar overeen. En als de heer Didden het plantje in zijn bezit krijgt, wat zal hij dan op het etiket schrijven? Psychmorgis pusillum. Dat zou dan de 7e naam zijn en misschien wel de correcte.

8 namen voor 1 soort is het maximum in mijn register. Encyclia vespa (Vell.) Dressler staat er met 7 synoniemen vermeld, evenals Hexisea bidentata Ldl. Ook met 7 namen vind ik er 2, maar met 6 namen zijn het er al 7. Het hangt denk ik, vaak samen met een groot verspreidingsgebied. Bij E. vespa is dat geheel tropisch Zuid-Amerika en H. bidentata groeit van Mexico tot Venezuela en de Guyana's en wordt ook in Peru gevonden.

Maar wat zegt een naam? We blijven ze toch water en mest geven en verder vertroetelen."

Ter verduidelijk voegt de redactie hieraan toe: " In de encyclopedie van Alex D. Hawkes 1965, 1970 en 1975 staan de Oncidium pumilum en de Oncidium pusillum als zijnde twee verschillende planten vermeld." In de Nederlandse en Duitse versie van het zakboekje "OrchideeŽn" worden de onderschriften bij O. pusillum en O. glossomystax verwisseld.

In het volgende nummer reageert Wubben: volgens hem telt het geslacht Psychmorgis 4 soorten: P. pusillum; P. pumilo; P. hondurense en P. glossomystax. Naar zijn mening zijn deze soorten zeer moeilijk te kweken. Hij kent niemand die ze langer dan 2 jaar in leven weet te houden. Ook de heer Ballizany reageert met een bijdrage en merkt daarin o.a. op:

" Er zitten 4 species in de genus sinds 1972 in " Phytologia": P. glossomystax, P. gnomus, P. pumilio en P. pusilla. Ik ben bang dat de namen O. pumilo en P. pumilo niet goed zijn. Er is wel een O. pumilum, drukfoutje?

...... " Pumilio" in de vrouwelijke vorm betekent " klein vrouwtje" en dat is toch leuk.

.....In de 1992 uitgave van de " Royal Hortiultural Society" is P. glossomystax een in Ecuador ontstane natuurhybride tussen P. pumilio en P. pusillum, volgens Reichenbah. De naam Psygm/orchis is afgeleid van het Griekse " sigma" en dat betekent zoveel als C-vorm. De levensduur in de natuur van P/ glossomystax is ongeveer 3 jaar en die van P. pusillum wat langer, 5 ot 8 jaar. De gevonden hoogte varieert van 0 - 1400 meter, op (koffie)struieken, langs stroompjes het meest. P. gnomus lijkt op P. glossomystax, behalve de kam. Deze P. gnomus komt uit Mexico tot Guatemala en Costa Rica."

Je kunt allerlei conclusies trekken uit zo'n blik in het verleden. Maar watergeven is er in dit geval niet meer bij.