“WITTE PAPHEN”

Enige jaren geleden zag ik bij Paul in Aalsmeer een Paphiopedilum-kruizing met prachtige roomwitte bloemen. Ik vroeg hoe deze plant gekweekt moest worden; bij mij kan de temperatuur wegzakken tot 100. Nee, dat kon niet; moest toch minstens 12 - 140 zijn. Ik liet mij overtuigen - hoewel paphen het bij mij redelijk goed doen - en kwam met iets anders thuis. Later zag ik bij Klinge o.a. zaailingen van P. niveum x niveum var. ang thong alba. Klinkt als witter dan wit. Laat ik eens proberen. Dat was geen succes: er zit totaal geen groei in. Maar misschien komt dat omdat zaailingen in een huiskamer opkweken niet goed gaat: te weinig licht? Ik heb zaailingen van verscheidene soorten geprobeerd; over het algemeen met negatief resultaat. Later heb ik op de markt nog eens andere wit-bloeiende paphen van onbekende herkomst gekocht en ook die groeien erg traag; een exemplaar had hardnekkig last van wolluis. Bij De Wilg vond ik een P. Rosy Dawn; zou een oude kruizing zijn. Hetzelfde laken een pak: groeit meer achteruit dan vooruit. Vorig jaar heb ik nog eens zaailingen bij Klinge gekocht: een P. concolor en weer een P. niveum. Het waren de laatste van een zaaisel: ze waren binnen een mum van tijd als zoete broodjes over de toonbank gegaan. Achteraf bedacht ik mij dat dat eigenlijk geen goede zet was geweest: de laatste uit een nest zullen niet voor niets de laatste keus zijn geweest. Tot nu toe is dat alleszins meegevallen. De P. concolor ziet er gezond uit en groeit (traag). Het vreemde is wel dat in de kop van de scheut twee groeipunten zitten. Ook twee bloemen? En warempel: in de P. niveum zag ik van de week opeens een heel klein bloemknopje als een helmpje bovenop de scheut staan.

Af en toe blader ik eens door Walter Richter*. Deze keer viel het boek open bij een artikeltje over 'de "Witte" Paphiopedilum' . Hij beschrijft daarin de soorten P. bellatulum, P. concolor, P. godefroyae en P. niveum en de lange weg waarlangs men tot zuiver witte Paphen is gekomen (tot 1977). Ook de stamboom van P. Rosy Dawn wordt daarin beschreven. Enkele citaten. De betrekkelijk zwakke groei is een eigenschap van de soorten en treedt ook bij de hybriden, tenminste van de eerste generatie op..... Bij de beschrijving van de soorten is bewust de omstandigheden op de oorspronkelijke standplaats, voorzover bekend, vermeld. Opvallend is daarbij de opmerking: in humusnesten op kalkrotsen..... Bij de langzame groei is een vaak verplanten niet nodig. Dus heeft men een stabiel plantsubstraat nodig, dat niet snel verrot. Dus geen sphagnum. Als aan te houden temperatuur beveelt hij aan voor december tot maart een gemiddelde van +13 0C; je moet de plant dan wel droger houden. In het algemeen: klimaat van Cattleya aanhouden. Tenslotte: ...Ongetwijfeld is de verzorging niet gemakkelijk. Een zekere hardheid in de behandeling lijkt beter te zijn dan overgrote voorzichtigheid en teveel overdreven zorg.
Conclusie mijnerzijds: ik zit - in elk geval 's winters - kennelijk toch wel aan de lage kant met de temperatuur. Misschien helpt ook een beetje kalk. In het potmateriaal dat ik voor paphen gebruik zit betrekkelijk veel snel verteerbaar materiaal (kokosvezel); ook daar heb ik minder goede ervaring mee. Overgaan op meer bark? Misschien houtskool toevoegen; maar waar kun je dat krijgen?

* Walter Richter, OrchideeŽn het hele jaar door