MOOI EN MAKKELIJK

Tekst en foto’s : Pim Beirens

Altijd al populair

Cymbidiums werden al in het oude China hoog gewaardeerd. Hun wereldwijde opmars begon pas later, toen de orchideeënkoorts toesloeg, zo rond halverwege de 19e eeuw. Ze werden al snel populair, zowel de koude soorten als de warme soorten. Er werd ook lustig op los gekruist met als resultaat talloze hybriden met de meest fantastische kleurencombinaties in hun talrijke prachtige bloemen, gebruikt in boeketten en als corsage. En nog steeds zijn Cymbidiums erg populair, ook bij het brede publiek. Al ligt de nadruk tegenwoordig iets meer op kleinere potplanten. Dat mag op zich niemand verwonderen want sommige soorten kunnen een forse omvang krijgen.

Cymbidium tracyanum

Cymbidium tracyanum is zo’n forse soort. Deze winterbloeier staat bekend om de grote, heerlijk zoet geurende bloemen en wordt in vrijwel alle beginnersboeken genoemd. De naam was bij mij blijven hangen sinds ik zo’n tien jaar geleden mijn orchideeënhobby begon. Des te verbazingwekkender dat ik uiteindelijk pas in december 2019 er ééntje kocht. Het was een klein deelstuk van een zeer grote plant die ik al eerder bewonderd had bij een kweker in Brakel. Dat had inmiddels een fraaie bloemtak gekregen die juist bloeide toen ik langs kwam. Typisch een gevalletje kip-ik-heb-je. Na de bloei, in de huiskamer, zette ik de plant in een iets grotere pot in de koele bijkeuken in afwachting van een nieuwe scheut. Die kwam al snel, in maart, en ik strooide meteen koemestkorrels op de bark. Want deze soort moet stevig bemest worden om zo snel mogelijk een grote bulb te kunnen aanmaken. Zodra het weer het toeliet verhuisde de pot naar buiten. Het betreft namelijk een koude soort uit het middelgebergte tussen 1200 en 1900 meter, op de grens van Noord-Birma en Zuid-China. Bij ons kan die al vroeg in het voorjaar in de tuin staan, zodra het weer begint op te warmen. Onze zomerwarmte kan C. tracyanum prima aan, graag zelfs, mits er maar weinig direct zonlicht op deze plant valt. Waarbij regelmatig nevelen overigens wenselijk is. De nachtelijke afkoeling in de late zomer is zelfs noodzakelijk om bloemen te kunnen krijgen. Daarvoor moeten de nachten onder de 10 graden Celsius duiken. Tegen het beging van de herfst kan minder water gegeven worden. Ook de bemesting wordt dan op een laag pitje gezet. De plant kan evenwel nog lang buiten blijven staan en lijkt eigenlijk het frisse herfstweer erg te waarderen. Pas tegen de tijd dat het dreigt te gaan vriezen moet de plant weer naar binnen, naar een zo koel mogelijke plek. Opdat de bloemstengel rustig kan doorgroeien totdat alle bloemen open staan. Pas dan kan C. tracyanum in de huiskamer te pronk worden gezet. Met hun een beetje op brons lijkende kleur zijn de bloemen een echte blikvanger. Wat mij betreft een aanrader!

Weetjes

's Winters komt de grootste uitdaging. Omdat de plant zowel licht als koud moet staan, ’s nachts liefst onder de 10 graden en overdag onder de 15 graden. Om de knopvorming niet in gevaar te brengen. Hierbij hebben kaskwekers het waarschijnlijk even moeilijk als kasloze kwekers zoals ondergetekende, omdat het lastig is voor hen om de koude Cymbidiums te accommoderen zonder hun gematigde en warme soorten te beschadigen. Net als elke plantensoort kunnen Cymbidiums last van insecten krijgen, zeker wanneer ze buiten in de tuin staan (slakken). Toch is dat bij mij erg meegevallen. Vermoedelijk omdat ik mijn C. tracyanum met overpot en al, in een teiltje met een laag water had staan. Die “slotgracht constructie” hield in ieder geval het kruipende ongedierte weg. Verder heeft C. tracyanum van alle Cymbidiums de grootste bloemen, bij mij 12 cm groot. In vergelijking met andere soorten met vergelijkbare bloemen zoals Cymbidium erythraeum is dat fors groter. Hetzelfde geldt voor de 1 m lange stengel. En als uitsmijter, precies op Nieuwjaarsdag 2021 ging de eerste van de 9 nieuwe bloemen open, vol belofte voor opnieuw een bloemrijk jaar!

Literatuur : The Genus Cymbidium, David du Puy & Philip Cribb, 1988.