MOOI EN MAKKELIJK: RHYNCHOLAELIA DIGBYANA


Tekst en foto’s: Pim Beirens

Rhyncholaelia digbyana

Het bekende geslacht Rhyncholaelia bestaat uit een tweetal soorten, R. digbyana en R. glauca, beide uit Midden-Amerika. De bulben van R. digbyana zijn ca. 12-15 cm hoog en uit de top ontspruiten zowel het enige blad als de bloemstengel. Met slechts één bloem. Maar dat is dan wel een erg grote, fraai gefranjerde bloem, crèmewit van kleur en aangenaam geurend naar citroen. Wat bij deze iconische soort opvalt, zijn de bulben en de wortels. Die verraden in welke soort omgeving ze groeien - en dus hoe je ze moet kweken. Op de foto is goed te zien dat de bulben in principe rechtop groeien. Evenals het blad. Dat is om zo min mogelijk te lijden van de zon die er recht boven staat te branden. En blijkbaar niet of nauwelijks door gebladerte gefilterd wordt. Deze soort wordt zelfs op cactussen groeiend gevonden. Ook is het blad bedekt met een stofachtige blauwgrijze waas die eveneens indiceert dat deze plant volop zonneschijn te verduren krijgt. Zonneschijn die de soort blijkbaar nodig heeft! Tegelijkertijd kan, vanwege dat ontbrekende bladerdek, het ’s nachts duidelijk afkoelen. In de vroege ochtend leidt dat tot nevel, of minstens tot dauw. Het uitbundige wortelstelsel zuigt dat vocht op voordat later de zon weer volop begint te schijnen. Dan drogen de wortels goed op.


Hoe te kweken

Op bovenstaande beschrijving van de habitat heb ik mijn kweekwijze gebaseerd. Die is eigenlijk vrij gemakkelijk. Elke ochtend benevel ik mijn plant goed, ook in de winter. ’s Zomers, zeker bij warm en droog weer, doe ik dat een uurtje later nog één of twee maal. De plant hang ik overdag in een boom en ’s nachts onder een afdakje (tegen ongedierte). Daarbij zorg ik ervoor dat er dagelijks zo veel mogelijk zonneschijn op valt, dat alleen gedurende de heetste uren van de dag gefilterd wordt. Wanneer de herfst begint, verschijnt de nieuwe bulb. Rond die tijd verhuis ik ook mijn orchideeën naar zolder en verminder de watergift. Daar groeit de bulb rustig door en verschijnt in de winter de spat. Ook ’s winters zorg ik voor zo veel mogelijk licht, geholpen door LED-bijverlichting. Ergens in april of mei gaat de bloem open en verspreidt dan een heerlijke geur. Let er op dat de wortels goed moeten kunnen opdrogen. R. digbyana kan in een pot gekweekt worden maar de wortels willen voortdurend ontsnappen. Hou daar rekening mee. Let er ook op dat de bulben en vooral de nieuwe bulb, erg makkelijk kunnen afbreken. Deze gematigd tot warm groeiende soort is gelukkig vrij goed verkrijgbaar. Dat geldt ook de fraaie “forma fimbripetala“ waarvan niet alleen de lip maar ook de petalen gefranjerd zijn. Overigens wordt nog vaak de oude synoniem gebruikt : Brassavola digbyana.

Literatuur

• Die Kosmos Enzyklopädie der Orchideen, 2005
• Orchids of Mexico - part 4, 2008, E. Hágsater & M. Soto